zie bij Vrijwilligers
Nee. Een personeelsvereniging is een besloten club. De activiteiten die ze organiseert komen de eigen leden ten goede.
Groepen die alleen samenkomen om zichzelf en elkaar te helpen zijn geen vrijwilligersorganisaties. In die zin valt ‘zelfhulp’ niet onder het vrijwilligerswerk. Zelfhulpgroepen zijn soms vrijwilligersorganisaties, zeker als ze zich verder ontwikkelen en ook een ‘externe’ dimensie krijgen. Groepen die daarnaast ook andere taken op zich nemen in het belang van de vereniging (bv. ledenadministratie, documentatiecentrum) vallen wel onder de vrijwilligerswet.
Als het om verschillende opdrachtgevers gaat, geldt geen enkele beperking voor de combinatie van vrijwilligerswerk en een studentenjob, zolang voor beide vormen van tewerkstelling de specifieke regels gerespecteerd worden.
In de wet van 3 juli 2005 is ook geen enkele beperking ingevoerd waarbij een werknemer of student, die eerst was tewerkgesteld met een gewone arbeidsovereenkomst of studentencontract, daarna diezelfde activiteit verricht als vrijwilliger bij eenzelfde werkgever.
Sinds 2007 houden zowel de RSZPPO als de RSZ enkel nog rekening met de nieuwe formulering: "elke activiteit die niet door dezelfde persoon en voor dezelfde organisatie wordt verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling". Dus kan een student of monitor voor of na zijn arbeidsovereenkomst, aan de slag als vrijwililger bij dezelfde opdrachtgever. Een werknemer of student kan echter geen activiteiten verrichten als vrijwilliger, die hij of zij ook verricht in het kader van een "lopende" arbeidsovereenkomst of studentencontract.
Wanneer er een andere taakomschrijving is, vervalt het cumulverbod wel. Het VDS heeft daaromtrent een bevestigend antwoord van minister Demotte gekregen. Geval per geval moet nagegaan worden of het niet gaat om een "gecamoufleerde arbeidsovereenkomst". Eén van de elementen die hierbij een rol kunnen spelen, is het feit of de activiteiten, die een werknemer of student als vrijwilliger verricht (bij dezelfde organisatie), niet in het verlengde liggen van de activiteiten die hij normaal in het kader van de arbeidsovereenkomst of het studentencontract uitoefent.
Over het cumulverbod van vrijwilligerswerk en studentenjob (bij eenzelfde werkgever) vindt u meer info bij vds@staf.speelplein.net.
studentenjob: goed om weten
wegwijs in de studentenarbeid
www.studentenjobs.be
De wet brengt regelgevingen die voordien los van elkaar stonden samen, zodat het duidelijk wordt voor organisaties en vrijwilligers wat er van hen verwacht wordt.
Bijvoorbeeld de kostenvergoedingen: voordien had je enerzijds een ministeriële omzendbrief om het fiscale luik te regelen en anderzijds een KB om het aspect van de sociale zekerheid te regelen. Deze regels zijn nu op elkaar afgestemd.
De wet zelf voorziet op het eerste zicht geen straffen.
Dat neemt niet weg dat je er licht mag over gaan, want met deze wet krijgt de vrijwilliger een sterkere positie. Als er iets misloopt of je loopt tegen de lamp om de ene of de andere reden, dan draagt de organisatie alle verantwoordelijkheid, met mogelijk heel wat nare gevolgen.
Voorbeeld: de organisatie die hiertoe verplicht is, verzuimt een verzekering BA te sluiten voor de vrijwilliger. De organisatie zal hoedanook aansprakelijk gesteld worden en de schade moeten vergoeden.
Echte sancties worden in de vrijwilligerswet niet opgesomd. Dat neemt niet weg dat je er licht mag over gaan, want met deze wet krijgt de vrijwilliger een sterkere positie. Als er iets misloopt of je loopt tegen de lamp om de ene of de andere reden, dan draagt de organisatie alle verantwoordelijkheid, met mogelijk heel wat nare gevolgen. Er is immers altijd mogelijkheid dat een overheidsinspectie (financiën, sociale zekerheid, arbeid, RVA,… controle uitvoert in de organisatie. Als die overtredingen of misbruiken vaststellen, kan de organisatie daarvoor gesanctioneerd worden. Het blijft bovendien ook mogelijk dat een ‘derde’ klacht indient tegen de organisatie, met mogelijk negatieve gevolgen voor de organisatie.
De vrijwillige brandweerlieden, de ambulanciers van de Dienst 100 die deel uitmaken van het openbaar brandweerkorps en de vrijwillige leden van de civiele bescherming, hebben een apart statuut.
De vergoeding van deze vrijwilligers wordt berekend op basis van minstens het gemiddelde van de wedden van de overeenstemmende graad van het beroepspersoneel. Over de belastingvrije vergoeding waarvan ze kunnen genieten, lees je in art.17quater. Vrijgesteld max.voor het jaar 2012 = 4.170/jaar. Deze vergoedingen zijn niet combineerbaar met de kostenvergoeding waarover sprake in de vrijwilligerswet. Maar die vrijwilligers mogen wel een kostenvergoeding krijgen wanneer zij voor een andere organisatie een opdracht vervullen.
Voor onthaalmoeders, pleegouders, artistieke prestaties gelden ook aparte regelingen.
Gemachtigde opzichters "kunnen" vrijwilliger zijn maar ook PWA-er.
Ja, want het wijkfeest richt zich tot de wijk, dat is een ruimere context dan het familie- of privéverband. De verplichtingen die de wet oplegt, moeten dus nageleefd worden.
Mogelijk wordt het initiatief gezien als van een zogenaamd "onafhankelijke feitelijke vereniging" waarvoor de aansprakelijkheids- en verzekeringsregeling niet geldt.
Je kan in beide gevallen een aanvraag doen voor een gratis vrijwilligersverzekering.
Als het wijk- of buurtfeest door de gemeente wordt georganiseerd of gestimuleerd, is het belangrijk na te gaan of de gemeente een verzekering aanbiedt.
De wet betreffende de rechten van de vrijwilliger is federale materie. Dat wil zeggen dat elke organisatie die met vrijwilligers werkt en in België gevestigd is, de wettelijke regeling moet volgen.
De Vlaamse decreten leggen vaak striktere voorwaarden op en stellen kwaliteitseisen (dikwijls i.v.m. recht op subsidie). Vanzelfsprekend moet men aan die voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor de subsidies.
Een organisatie die met vrijwilligers werkt, en die zich situeert in een domein waar ook een decretale regeling geldt, moet zowel de Federale vrijwilligerswet als de Vlaamse decretale regeling naleven.
Voorbeeld: de Federale vrijwilligerswet spreekt over een informatieplicht zonder vormvereisten op te leggen. De erkende vrijwilligersorganisaties binnen de sector Welzijn en Gezondheid moeten volgens het decreet een meer gedetailleerde schriftelijke informatienota opstellen.
Het is een gedeelde verantwoordelijkheid voor de organisatie én de vrijwilliger:
Een geschenk kan gezien worden als vergoeding 'in natura', zeker als het op regelmatige basis zou worden gegeven. Wat absoluut uit den boze is, is om kostenvergoedingen 'aan te vullen' met bepaalde geschenken (kadocheques,boekenbons,...); omdat er dan sprake is van een verdoken betaling.
Dat neemt echter niet weg dat de organisatie occasioneel wel eens een geschenk kan overhandigen aan de vijwilliger (bvb. bij een specifieke gelegeneid).
Nee, de oganisatie moet geen fiscale fiches opstellen. Dergelijke fiches moeten opesteld worden als er een vergoeding wordt betaald voor geleverd prestaties, geleverde diensten. Wie een inkomen verwerft, zelfs eenmalig, dient dit aan te geven aan de fiscus. Daarvoor dient dergelijke fiscale fiche.
De vrijwilligersvergoeding is echter in essentie een terugbetaling of vergoeding van in het vrijwilligerswerk gemaakte kosten. Daarvoor dient geen fiscale fiche opgesteld te worden, want de vrijwilligersvergoeding is zowel vrijgesteld op ht vlak van fiscaliteit als op het vlak van de sociale zekerheid.
Het afleveren van dergelijke fiche aan vrijwilligers zou hen in de problemen kunnen brengen, dus... niet doen!
Nee, er is geen recht op kostenvergoeding. De organisatie bepaalt zelf of ze de door de vrijwilliger gemaakte kosten kan/wil vergoeden, welk systeem dat ze eventueel toepast, eventuele bijkomende voorwaarden.
De oganisatie maakt wel aan het begin van het engagement duidelijk (informatieplicht) of er kosten vergoed worden of niet, en zo ja, volgens welk systeem de organisatie dan werkt.
Ja, dat zou kunnen omdat de vrijwilligerswet daartoe een mogelijkheid voorziet in artikel 12.
Op dit ogenblik zijn er twee groepen waarvoor een uitzonderingsregeling werd aangevraagd, maar zolang dat hierover geen politieke overeenstemming bereikt wordt, blijven ook deze groepen onder de toepassing van de 'gewone' regeling.
Nee. Er moet voor het ene of voor het andere systeem geopteerd worden, ook als men bij verschillende organisaties een kostenvergoeding zou ontvangen.
Dankzij de 'derde pijler' echter kan de vrijwilliger die een forfaitaire vergoeding ontvangt, ook tot een gelimiteerd bedrag vervoerskosten laten vergoeden. Het gaat dan om de reële vervoerskosten, maar er mag enkel een equivlent van 2000 maal een kilometervegoeding per wagen worden terugbetaald.
Vanzelfsprekend volgt di systeem de spelregels van de reële kostenvergoeding: er moeten dus bewijsstukken afgeleverd worden.
Wat concreter:
Jules ontvangt als vrijwilliger in organisatie X een forfaitaire vergoeding. In organisatie Y kan hij geen reële kostenvergoeding ontvangen, maar wel een kilometervergoeding voor de afstanden die hij per wagen, met het openbar vervoer of per fiets aflegt. Jules mag echter niet meer dan 2000 maal 0,3026 euro ontvangen (de kilometervergoeding per wagen).
Juliette ontvangt in haar organisatie A een reële kostenvergoeding: ze brengt voor elke kost die ze maakt bewijsstukken in. Bij organisatie Z krijgt ze enkel haar vervoerskosten terugbetaald. In dit geval geldt dat Juliette alle kosten die ze kan bewijzen kan inbrengen, kan laten vergoeden. Er is hier immers geen sprake van een combinatie van beide systemen.
In het geval er reële kosten worden uitbetaald, moeten alle bewijsstukken door de organisatie bijgehouden en geregistreerd (boekhouding) worden.
Als de vrijwilliger een forfaitaire kostenvergoeding ontvangt, moeten die betalingen daarnaast ook bijgehouden worden in een register met:
Indien de vrijwilliger een forfaitaire kostenvergoeding in combinatie met vervoerskosten krijgt, moet het register aangevuld worden met (de verwijzing naar) de gedetailleerde bewijsstukken van de afgelegde trajecten. De bewijsstukken vermelden per rit:
Vrijwilligerswerk is onbezoldigd! De kostenvergoeding valt daardoor buiten de beschermde "inkomsten".
Aangezien in de wet sancties zijn bepaald in geval van verkeerd gebruik van de vrijstellingscodes, raden wij alle organisaties aan om de wet niet te "interpreteren".
Een K.B. van 4 juli 2006 bepaalt het volgende.
Bij de overschrijving van beschermde inkomsten op een rekening moet de opdrachtgever volgende codes vermelden in de overschrijvingsopdracht:
- /A/ voor de inkomsten die worden bedoeld in art. 1409,§ 1 en art. 1409bis Ger.W. (lonen, vakantiegeld,...);
- /B/ voor de inkomsten die worden bedoeld in art. 1409,§ 1bis en art. 1410,§1 Ger.W. (pensioenen, werkloosheidsuitkeringen, arbeidsongeschiktheiduitkeringen, invaliditeitsuitkeringen,...);
- /C/ voor inkomsten die worden bedoeld in art. 1410,§2 Ger.W. (inkomsten die volledig beschermd zijn: gezinsbijslagen, wezenpensioen, inkomensgarantie voor ouderen, leefloon, financiële steun vanwege het OCMW,...).
Bron: Vlaams Centrum Schuldbemiddeling
Er is geen enkele bepaling die verbiedt om voor verschillende (groepen van) vrijwilligers verschillende systemen te gebruiken.
Zorg er wel voor dat je goede redenen hebt om (groepen van) vrijwilligers op verschillende manieren te behandelen en dat dit ook voor iedereen duidelijk is.
fiscale omzendbrief maart 1999
addendum mei 2011
verschenen om de circulaire van 1999 in overeenstemming te brengen met de vrijwilligerswet van 2006, met name nr. 6 van de circulaire, over de relatie tussen de vrijwilliger en de opdrachtgever, wordt hierbij herzien
Zie bij "Beter voorkomen dan genezen".
Dat kan, maar het best is om de overschakeling pas te maken aan het begin van een nieuw kalenderjaar en vanzelfsprekend ook pas als de vrijwilligers daarvan deglijk worden geïnformeerd, want het veranert wel een essentieel element van de vooraf gegeven informatie.
Enkel organisaties mogen vergoedingen uitbetalen.
Een individu (bvb. een "begunstigde van het vrijwilligerswerk") mag geen kostenvergoeding aan de vrijwilliger uitbetalen. Als de klant toch moet afrekenen met de vrijwilliger, is dat een verrichting in naam van de organisatie, die op haar beurt de vrijwilliger kan vergoeden.
Ook in het (nieuwe) Vlaams Decreet Vrijwilligerswerk staat dit principe heel duidelijk vermeld.
De reden is duidelijk: vrijwilligerswerk gebeurt steeds in een min of meer georganiseerd verband. Het is de organisatie die optreedt als 'opdrachtgever', en nooit een individu. Het in het belang van zowel de organisatie als van de vrijwilliger om deze stelregel strikt te volgen.
De bestaande sportcirculaires blijven gelden tot aangepaste versies verschijnen. Dat is onder meer het geval voor de vergoedingen:
Administratie verduidelijkt haar standpunt m.b.t. de vrijwilligersvergoedingen van ploegsporten
Zonder algemene toelating moeten kandidaat-vrijwilligers vooraf aan hun uitbetalingsinstelling melden dat ze vrijwilligerswerk gaan doen.
De voorafgaandelijke aangifte C 45 B moet door beide partijen ondertekend worden en op het werkloosheidsbureau toekomen vóór de aanvang van de activiteit.
De RVA heeft 12 dagen tijd om het vrijwilligerswerk te weigeren, maar alleen om volgende redenen:
· het is geen vrijwilligerswerk zoals de wet het omschrijft
· het is een activiteit die normaal niet door een vrijwilliger wordt verricht
· de beschikbaarheid van de werkloze voor de arbeidsmarkt vermindert (reden die niet kan ingeroepen worden bij bruggepensioneerden).
Indien men binnen twee weken niets verneemt, mag het uitoefenen van het vrijwilligerswerk als 'aanvaard' worden beschouwd.
Als de RVA een weigering geeft, moet de vrijwilliger
· zijn vrijwilligerswerk staken, anders kunnen zijn uitkeringen teruggevorderd worden (tegen een weigering is nog beroep mogelijk - zie formulier C 45 B)
· of deze activiteit aangeven op zijn controlekaart door het overstemmende vakje zwart te maken vóór de aanvang van de activiteit.
De RVA kan ook toelating geven voor een "vriendendienst". Deze moet aangevraagd worden met formulier C 45 A.
Personeelsleden van overheidsdiensten die wegens gezondheidsredenen in aanmerking komen voor een vroegtijdige pensionering, moeten niet aan bijkomende voorwaarden voldoen om vrijwilligerswerk te mogen doen.
voor andere personeelsleden gelden deze formaliteiten
Het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk is op zoek naar vrijwilligers of -organisaties die recent 'moeilijkheden' hebben gehad met RVA, OCMW of ziekenfonds. We zouden graag de knelpunten (als die er zijn) inventariseren, met het oog op het formuleren van oplossingen.
Sedert 15 november 2008 is het betreffende verkeersreglement aangepast en is deze verplichting niet meer van toepassing voor rijbewijs B.
Zie in de laatste kolom bij "Minimumleeftijd en categorie van rijbewijs".
Op deze infofiche van de RVA vind je het antwoord.
Op de definitieve nieuwe regelgeving omtrent vreemdelingen en vrijwilligerwerk is het nog even wachten. De basisredenering van de nieuwe wet is alvast dat de wetgeving betreffende buitenlandse werknemers niet van toepassing is op het vrijwilligerswerk, in tegenstelling tot wat in de huidige wetgeving het geval is.
De voorwaarden waaronder dit zal gebeuren, moeten nog worden vastgelegd in een Koninklijk Besluit. De criteria moeten zwartwerk onder het mom van vrijwilligerswerk uitsluiten. Zowel de Hoge Raad voor Vrijwilligers als het Vlaamse Minderhedencentrum zal hierover voorstellen formuleren. Zolang het KB er nog niet is, kunnen we enkel voortgaan op de oude en nog steeds geldige regelgeving.De huidige regelgeving
Vrijwilligerswerk voor vreemdelingen valt onder de wet van 30/4/99 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers. Dit betekent dat er verschillende arbeidswetgevingen zijn:- vreemdelingen die vrijgesteld zijn van een arbeidskaart (personen met onbeperkt verblijfsrecht of gehuwd met een Belg of EU-onderdaan) mogen vrijwilligerswerk doen;- vreemdelingen met een arbeidskaart A, B of C mogen geen vrijwilligerwerk doen. Een arbeidskaart geldt namelijk enkel voor werk in loondienst;- asielzoekers mogen geen vrijwilligerswerk doen. Er is wel een specifieke regeling voor gemeenschapsdienst voor de opvangcentra;- mensen zonder wettige verblijfsvergunning mogen geen vrijwilligerswerk doen.
Volgende groepen vreemdelingen kunnen vrijwilligerswerk verrichten:
Inbreuken op deze regels sanctioneren niet de vrijwilliger zelf, wel de organisatie die hem/haar tewerkstelt. Die kan een administratieve boete krijgen van maximum 15.000 euro, of zelfs van 75.000 euro als de vrijwilliger illegaal in ons land verblijft.
In deze nota van het Vlaams Minderhedencentrum kan je een aantal nog overblijvende knelpunten lezen.
Contacteer het VMC gerust met je vragen: Vlaams Minderhedencentrum, Vooruitgangstraat 323 / 1, 1030 Brussel, T: 02-205 00 50, info@vmc.be
Mensen met een leefloon(KB 07/03/07 - p.11.210) moeten hun vrijwilligerswerk meedelen aan hun dossierbeheerder bij het OCMW.
De adviserend geneesheer moet vaststellen of het vrijwilligerswerk "verenigbaar" is met de gezondheidssituatie van de kandidaat-vrijwilliger, die wegens een ziekte, invaliditeit of een zwangerschap geen beroepsactiviteit kan uitoefenen. Dat wordt dan schriftelijk bevestigd (aanvraagformulier). Voor ambtenaren geldt een aparte regeling.
Dit advies inwinnen, valt onder de verantwoordelijkheid van de vrijwilliger. Toch heeft de organisatie daar ook een zorgtaak: niet iedereen weet dat hij/zij bepaalde papieren moet hebben, of durft het te gaan vragen. Denk er ook aan dat er er een beperking in tijd kan zijn.
Deze vrijwilligers mogen een kostenvergoeding cumuleren met het onverminderde bedrag van de uitkering (als zij aan de voorwaarden van de wet voldoen) aangezien ze zich niet in de uitzonderingssituatie van "vooraf toegelaten arbeid" bevinde
Werklozen in wachttijd moeten geen formaliteiten vervullen omdat ze niet uitkeringsgerechtigd zijn (behalve voor de vrijwilligers die naar het buitenland trekken).
Werklozen in wachttijd moeten geen formaliteiten vervullen omdat ze niet uitkeringsgerechtigd zijn (behalve voor de vrijwilligers die naar het buitenland trekken).
Het uitoefenen van vrijwilligerswerk wordt niet beperkt.
Ja, als het om "gewone" fouten gaat die schade veroorzaken aan een derde partij, die wil dat de schade vergoed of hersteld wordt.
Een uitzondering hierop vormen de zogenaamde 'onafhankelijke feitelijke verenigingen': in deze organisaties blijft het mogelijk ook de individuele vrijwilliger persoonlijk burgerrechtelijk aansprakelijk te stellen.
Ja zeker. De vrijwilligerswet regelt een wettelijk vastgelegde specifieke aansprakelijkheid op voor alle vrijwilligers, van zodra het gaat om vrijwillgerswerk in de zin van de wet.
De organisatie mag van deze regeling niet afwijken!
De vrijwilligerswet maakt echter geen onderscheid tussen 'soorten vrijwilligers' (m.u.v. de bestuursvrijwilligers), dus zowel de vrijwilligers die permanent actief zijn als diegenen die sporadisch of eens spontaan komen helpen, vallen onder de beschermende regeling.
Ja, dat is mogelijk, namelijk als ze een
- grove fout maken (vb. dronkenschap, rijden zonder rijbewijs,…) (er moet dan wel kunnen aangetoond worden dat de schade in verand stond met deze fout
- lichte herhaaldelijke fout maken (de organisatie moet dan wel kunnen bewijzen dat het gaat om een herhaalde fout, ze kan de vrijwilliger zelf erop wijzen alsook de hele vrijwilligersgroep in zijn algemeenheid)
- bedrog plegen (iets opzettelijk fout doen met het oogmerk schade te verrichten)
Bovendien is de vrijwilliger nooit immuun:
- voor schade aan zichzelf
Ja, maar niet zomaar. Indien een feitelijke vereniging als dusdanig aansprakelijk gesteld wordt, kunnen mogelijkerwijze alle afzonderlijke leden van de feitelijke vereniging, ieder voor een evenredig deel moeten bijdragen tot het vergoeden van de schade, dus ook die leden die in de feiten zelf geen fout(en) hebben gemaakt, mogelijk zelfs niet betrokken waren bij het gehele schadegeval.
Ook feitelijke verenigingen kunnen hiertegen een (bepaalde, financiële) bescherming nemen door een BA-verzekering te sluiten.
Ja, precies omdat het een rechtspersoon is die zowel rechten als plichten draagt. De organisatie is dus niet enkel verantwoordelijk voor haar vrijwilligers. Veel publieke en private organisaties hebben zogenaamde rechtspersoonlijkheid. Hierdoor worden ze ook ‘juridische’ figuren en kunnen ze burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld worden.Ook een organisatie als een vzw, openbare instelling, OCMW,…dient zich te gedragen als een ‘goed huisvader’. Het is steeds mogelijk dat derden schade oplopen door een fout van de rechtspersoon.
Ja, want een bestuursvrijwilliger (we bedoelen hiermee niet de bestuursleden van een afdeling) geniet als bestuursvrijwilliger geen immuniteit via de vrijwilligerswet. In zijn/haar hoedanigheid als bestuursvrijwilliger kan hij/zij eventueel persoonlijk burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld worden.
Een bestuurslid van een vzw draagt immers een bestuurdersaansprakelijkheid: hij/zij heeft een taak tegenover de organisatie (o.a. goed bestuur) en tegenover de buitenwereld (o.a. vertegenwoordiging van de organisatie).
Normaal gezien zal de organisatie (als rechtspersoon) bescherming bieden. Dus niet meteen panikeren, welm erop letten dat je je bestuursfunctie ernstig neemt.
De vrijwilligerswet voert uitdrukkelijk een eigen regeling in omtrent de burgerrechtelijke aansprakelijkheid, zonder dit verder te specificeren. Dat houdt in dat de organisatie aansprakelijk is voor zowel de buitencontractuele als de contractuele aansprakelijkheid.
Artikel 5 van de vrijwilligerswet (dat handelt over de aansprakelijkheid) maakt hierin geen onderscheid, alleen artikel 6 van de wet (dat handelt over de verzekeringsplicht) maakt wel een onderscheid. De wet stelt immers dat "ten minste" het verzekeren van de buitencontractuele aansprakelijkheid verplicht is terwijl een verzekering van de contractuele aansprakelijkheid niet verplicht is.
Dus opgelet: de gebruikelijke vrijwilligersverzekering dekt niet steeds elke contractuele aansprakelijkheid.
Het is niet omdat een organisatie geen verzekering heeft voor de contractuele aansprakelijkheid, dat ze op dit vlak geen aansprakelijkheid draagt! De wet is heel duidelijk en laat geen twijfel bestaan. Van deze specifieke aansprakelijkheidsregeling mag niet afgeweken worden.
Volgens de vrijwilligerswet blijft de organisatie burgerrechtelijk aansprakelijk., ‘bij de uitvoering van de activiteiten’, of juister gesteld volgens de wet ‘bij het verrichten van vrijwilligerswerk’. Volgens onze interpretatie is het erg duidelijk dat ‘bij’ ook kan betekenen ‘op weg van en naar de activiteit’.
De essentie is dat de vrijwilliger extra beschermd wordt. Hij/zij geniet 'immuniteit, en dat wil zeggen dat de vrijwilliger zelf niet persoonlijk burgerrechtelijk aansprakelijk gesteld zal worden als hij/zij door een fout bij het vrijwilligerswerk schade veroorzaakt aan een andere.
Opgelet; die immuniteit geldt niet tot het oneindige!
Buitencontractuele aansprakelijk van vrijwilligersorganisaties gaat over schade die het gevolg is van een fout, onvoorzichtigheid of nalatigheid van een vrijwilliger en werd toegebracht aan derden.
Contractuele aansprakelijkheid slaat op schade die door toedoen van de organisatie, tijdens het gebruik van een "toevertrouwde zaak" ontstaat. Dit kan zowel om de huur van een terrein, wagen, geluidsinstallatie als om een stapel borden gaan.
Al wie een door een strafwet beteugelde overtreding begaat, kan strafrechtelijk aansprakelijk gesteld worden. Dus ook vrijwilligers. Ze genieten hiervoor geen immuniteit!
Een ‘normaal’ gebruik van de wagen zal meestal geen probleem opleveren. Voorzichtigheid is wel geboden als de vrijwilliger veel kilometers voor het vrijwilligerswerk rijdt. Sommige verzekeraars rekenen dan een bijpremie aan (vaak vanaf meer dan 3.000 Km extra).
Vooreerst dit: de eigen autoverzekering komt niet eindeloos tussen
Daar is niets op tegen. Essentieel is dat de verzekeringsplicht wordt nageleefd. Dat kan via het sluiten van een individuele of van een collectieve polis.
Dat is niet zo eenvoudig hier in het algemeen te bepalen, omdat veel afhangt van de soort organisatie, de aard van de activiteiten die worden uitgevoerd, het aantal vrijwilligers, de frequentie van het vrijwilligerswerk, het risicogehalte, enzovoort.
Veel hangt ook af van wat je wil verzekeren: enkel de (wettelijk verplichte) burgerrechtelijke aansprakelijkheid, of ookl de rechstijstand, lichamelijke ongevallen,...?
De BA-verzekering op zich is alles bij elkaar geen dure verzekering.
Nee, voor de vrijwilligerswet is dat niet verplicht. Er bestaat enkel een informatieplicht.
Voor de orgaisaties die onder het Vlaams decreet vrijwilligerswerk vallen (de sectoren Welzijn en Gezondheid) geldt er wel een verplichting om een vrijwilligersovereenkomst of afsprakennota op te stellen.
Ja, in zoverre ze zich onbetaald inzetten en dus geen bezoldigd mandaat opnemen of geen presentiegelden ontvangen. Let op: de bestuurdersaansprakelijkheid is een geval apart. Hiervoor geldt strikt genomen geen verzekeringsplicht!
Het het begrip 'feitelijke vereniging' wordt omschreven als: 'elke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid van twee of meer personen die in onderling overleg een activiteit organiseren met het oog op de verwezenlijking van een onbaatzuchtige doelstelling, met uitsluiting van enige winstverdeling onder haar leden en bestuurders, en die een rechtstreekse controle uitoefenen op de werking van de vereniging'.
De aparte bestanddelen uit deze definitie zijn hierbij belangrijk. Het gaat er niet enkel om dat meer dan één persoon een initiatief neemt, ze moeten immers ook minstens met twee de werking controleren.
Wie met enkele mensen geld inzamelt om een reis naar verre oorden te kunnen betalen, is misschien wel een feitelijke vereniging, maar valt niet onder de vrijwilligerswet. De opbrengsten komen immers ten goede van de eigen leden van de feitelijke vereniging.
Als drie buurtbewoners, als feitelijke vereniging, een feest organiseren in hun straat om de straat te verfraaien en beplanting aan te kopen, kan dat wel onder de vrijwilligerswet vallen.
Als Mevrouw X teddyberen verzamelt om naar de slachtoffers van de aardbeving in Italië te zenden, valt deze actie niet onder de definitie. Deze mevrouw handelt immers op eigen houtje. De vrijwilligerswet stelt dat meer dan één persoon actief moet zijn.
Een vader van twee kinderen organiseert een fietspool van in zijn wijk naar de school, enkele straten verderop. Na verloop van tijd zijn er nog enkele andere ouders die mee willen instaan voor het vlot verloop van de fietspool. We kunnen spreken van een feitelijke vereniging. Maar deze vereniging valt pas onder de vrijwilligerswet als de initiatiefnemende vader met de andere ouders overleg pleegt over hoe het geheel georganiseerd wordt en dat het dus niet een éénmanszaak wordt waarbij de rest niet mee kan bepalen hoe de activiteiten georganiseerd kunnen of moeten worden.
In principe is de wet van toepassing op elke vrijwilligersorganisatie, dus ook op feitelijke verenigingen.
Maar wel even opletten: de vrijwilligerswet definieert welke feitelijke verenigingen onder haar toepaasingsgebied vallen (zie vakje 'feitelijke verenigingen)
Dat is een begrip dat we vanuit het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk vzw zelf hebben geïntroduceerd omwille van de volgende redenen: • De vrijwilligerswet is duidelijk niet van toepassing op alle vrijwilligersorganisaties: initiatieven van ‘vrijwillige inzet’, van activiteiten die door één trekker worden opgezet, die zich meer situeren in familie- of vriendenverband, vallen duidelijk niet onder de vrijwilligerswet: ze is dus niet van toepassing. • Er zijn organisaties die met vrijwilligers werken en die onder de toepassing van de vrijwilligerswet vallen, maar niet vallen onder de specifieke aansprakelijkheidsregeling en dus ook geen verzekeringsplicht dragen. Dit soort organisaties noemen we zogenaamd ‘onafhankelijke feitelijke verenigingen’ want ze o Vallen onder de vrijwilligerswet o Vallen niet onder de aansprakelijkheids- en verzekeringsregeling o Hebben geen betaald personeel in dienst o Zijn niet verbonden aan een koepel Deze onafhankelijke feitelijke verenigingen ‘opereren’ dus op eigen houtje.
Er bestaat geen certificaat of kaart waarmee iemand zijn/haar vrijwilligersschap kan bewijzen. Het bezit van een afspraken- of informatienota kan aantonen dat je vrijwilliger bent (of was) in de organisatie maar het zijn geen officiële "bewijsstukken". In geval van conflict of probleem of als het er echt op aankomt te bewijzen dat men in een organisatie vrijwilliger is of was, zullen de feiten onderzocht worden.
Ja, dat kan. Het lid dat actief meehelpt met het bestuur, de planning, de organisatie en/of de uitvoering van de activiteiten is een vrijwilliger. Een lid dat gewoon deelneemt aan de activiteiten (de activiteiten zogezegd "consumeert") is geen vrijwilliger.
Een gewone persoon (in het jargon: een "natuurlijke" persoon) van vlees en bloed die zich als vrijwilliger engageert. Bedrijven, instellingen, organisaties,… kunnen geen vrijwilliger zijn.
Ja, in zoverre ze zich onbetaald inzetten en dus geen bezoldigd mandaat opnemen of geen presentiegelden ontvangen.
Let op: de bestuurdersaansprakelijkheid is een geval apart. Hiervoor geldt strikt genomen geen verzekeringsplicht! (zie vakjes verzekeringen/aansprakelijkheid/bestuursvrijwilligers)
De wet betreffende de rechten van de vrijwilliger is federaal geregeld. Dat wil zeggen dat elke organisatie die met vrijwilligers werkt en in België gevestigd is, de wettelijke regeling moet volgen. Dat betekent niet dat men de Vlaamse regelgeving aan zijn laars kan lappen. Voor heel wat sectoren zijn er regelingen waar de vrijwilliger direct of indirect geviseerd wordt. Vaak leggen deze Vlaamse decreten striktere voorwaarden op. Vaak, maar niet altijd, gaat het om eisen die samenhangen met het recht op een subsidie. Vanzelfsprekend moet men aan die voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor de subsidies. Op het ogenblik dat het Decreet betreffende het Vrijwilligerswerk in het domein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin inwerking treedt, zullen alle organisaties die met vrijwilligers werken en die door dit decreet ‘geviseerd’ worden, hieraan moeten voldoen.
Het Vlaams Decreet is gepubliceerd op 15 september 2009. Er geldt een overgangsperiode van één jaar. De organisaties hebben nu dus de tijd om zich aan de nieuwe regeling aan te passen.
De autonome vrijwilligersorganisaties in de Welzijns-en Gezondheidssector vielen reeds onder een decretale regeling sinds 1994. De Vlaamse Gemeenschap wilde de regelgeving echter aanpassen n.a.v. de (Federale) vrijwilligerswet, een aantal kwaliteitsvoorwaarden stellen aan het vrijwilligerswerk in de sectoren Welzijn en Gezondheid en een duidelijk kader bieden voor organisaties en vrijwilligers.
Heb je een vraag i.v.m. de vrijwilligerswetgeving waarvoor je op deze site geen antwoord vindt, ook niet als je hierboven een trefwoord invult? Stel ze ons. Wij proberen je zo snel mogelijk verder te helpen.